"Het Russisch is de mooiste taal ter wereld"

"Het Russisch is de mooiste taal ter wereld"

Het Betere Boek, het literair festival van het Willemsfonds, staat dit jaar volledig in teken van Rusland en revolutie. Johan de Boose, auteur, acteur en doctor in de Slavische talen en Oost-Europakunde, werd gevraagd als curator voor dit literair evenement. Op vrijdag 13 en zaterdag 14 oktober strijkt Het Betere Boek neer op twee nieuwe locaties in Gent, meer bepaald in NEST, de oude stadsbibliotheek aan de Zuid, en de Minardschouwburg. We gingen met Johan in gesprek over het curatorschap en zijn liefde voor de Russische taal en cultuur .

Je staat bekend als een enthousiaste pleitbezorger van de Russische taal en cultuur. Hoe ben je tot je liefde voor Rusland gekomen?

Ik heb een liefde-haatrelatie met Rusland. Ik ben er inmiddels een honderdtal keren naartoe gereisd. De eerste keer was in december 1980. Een ijzige, donkere, sombere winter. Vijfentwintig graden vorst op het Rode Plein. Brezjnev was nog aan de macht. Het sovjetcommunisme was nog springlevend. Volop koude oorlog. Ik herinner me de mensen op straat: ingepakt als mammoeten. Ik herinner me de rode banieren op de fabrieken, theaters en flatgebouwen: De partij is het volk! Maar op een bepaalde manier was ik meteen gefascineerd. Ongeveer alles was verboden, niets was mogelijk. Dat trok me juist aan. Want alle interessante dingen speelden zich af achter gesloten deuren, in kelders, in de subcultuur. Die bloeide. Er was bijvoorbeeld een enorme honger naar literatuur. Iedereen in de metro zat te lezen in krantenpapier verpakte boeken. Lezingen van controversiële schrijvers werden via de ondergrondse kanalen aangekondigd en zaten altijd afgeladen vol. Het leven was gevaarlijk. Ik vond het geweldig. En altijd gesprekken, discussies, verboden debatten. Momenteel verbiedt de overheid me de toegang tot het land, omdat ik kritisch ben geweest in het bijzijn van Russische diplomaten. Zo absurd! Maar ik blijf proberen om er weer naartoe te gaan, omdat ik er een deel van mijn hart heb verpand. Als ik na al die jaren terugkijk op mijn verhouding met Rusland, is het vooral de taal die me fascineert. Het Russisch is de mooiste taal ter wereld. Zonder enige twijfel. De dagelijkse spreektaal is al poëzie. "Ik ga een pakje sigaretten halen" is een gedicht. Zo compact, zo muzikaal, zo sensueel.

Het Betere Boek staat dit jaar in het teken van de Rusland en de revolutie. Wat is jouw insteek?

De insteek is deze houding: laten zien wat Rusland momenteel is, met zijn mooie en zijn vreselijke kanten. We zullen het hebben over de klassieke en de hedendaagse poëzie, over literatuur van emigranten, over politiek, over economie,... Rusland is het land van de paradox. Zeg je er iets over, dan kun je net zo goed het tegenovergesteldezeggen. Rusland is bijvoorbeeld heel veilig, je kunt zonder problemen om 4 uur 's morgens een auto staande houden en je voor een klein bedragje naar huis laten brengen. Tegelijk is Rusland gevaarlijk, ik ben er ooit in elkaar geslagen voor 100 dollar. Je gay gedragen is vragen om moeilijkheden, transgenders worden gemolesteerd, maar de grootste gay- en transgender-party's vind je alleen maar in Rusland. Dissidentie is problematisch, maar sommige dissidente bewegingen worden zelfs gesubsidieerd. In Rusland leven is leven in een spannende, groteske roman. Al deze zaken komen aan bod tijdens het festival. Daarnaast heb ik nagedacht over het thema "revolutie". Dit jaar is het 100 jaar geleden dat de Russische Revolutie plaatsvond. Ik had daar al een radioserie over gemaakt voor Klara (als podcast te beluisteren via de site van Klara). Tijdens het festival wil ik de Revolutie niet centraal stellen, omdat dat te specialistisch zou worden. Ik ga er wel zelf iets over vertellen, want ik heb er een graphic novel over geschreven (het boek heet "Oktober", de tekeningen zijn van Caryl Strzelecki, uitgegeven bij Lannoo). Maar ik wil het begrip "revolutie" breder maken. Zo zullen we het hebben over de tentoonstelling van Jan Fabre in de Hermitage in St-Petersburg. Hij was de eerste levende kunstenaar die daar mocht tentoonstellen. Uitgerekend daar: in het Winterpaleis, waar de Russische Revolutie begon. Fabres werk is een dialoog met de geschiedenis, een antwoord op de traditie, een voortzetting én een breuk. Ook een vorm van revolutionair denken.

Hoe zou je jezelf situeren in het culturele en literaire veld?

Mijn grote liefde is de literatuur. Mijn minnares is het theater. Beide vullen elkaar volmaakt aan. Het ene is afgrondelijk eenzaam, het andere is ondraaglijk sociaal. De combinatie van beide is ideaal. En er is altijd wel een connectie met Oost-Europa. De schrijvers naar wie ik opkijk, zijn Slavische schrijvers: Joseph Brodsky, Danilo Kis, Bruno Schulz, Svetlana Alexijevitsj,... De grondslagen van echt autonoom theater (niet het klassieke theater) heb ik geleerd bij Tadeusz Kantor in Polen. Ik bof dat ik erin slaag om al die zaken met elkaar te combineren. Afgelopen jaar heb ik samen met Jan Fabre de voorstelling Belgian Rules/Belgium Rules gemaakt, een voorstelling over België. De première was in juli in Wenen, dit najaar is de voorstelling ook in België te zien. En ook hier was er een band met Oost-Europa. Ik ken Jan Fabre al heel lang en we hebben een grote gemeenschappelijke liefde: Tadeusz Kantor, de avant-gardekunstenaar die tot een van de allergrootsten uit de theatergeschiedenis wordt gerekend. Ik heb Kantor persoonlijk goed gekend, ik heb voor hem en met hem gewerkt in de jaren 80 van de 20ste eeuw. Als literator probeer ik zo breed mogelijk te werken: ik schrijf literaire non-fictie, romans, poëzie en theater. Momenteel heb ik een roman af ("Het Vloekhout", het boek speelt o.a. in Rusland af), ik werk parallel aan een dichtbundel die waarschijnlijk "Angel feet" zal heten, ik zet een theatermonoloog in de steigers en ik bereid een non-fictieboek over Armenië voor, een land waar ik veel van houd, het kleinste land binnen de federatie van de ex-Sovjet-Unie. Daarnaast trek ik rond met mijn monoloog "Bloedgetuigen", gebaseerd op mijn 1000 pagina's tellende roman over de Tweede Wereldoorlog en de collaboratie, en grotendeels gesitueerd in Leningrad (zoals St-Petersburg in de Sovjettijd heette). Overigens opent Het Betere Boek op vrijdag 13 oktober met deze monoloog, die ik zelf speel. Volgend jaar maak ik hier ook een Engelse versie van.

Het Willemsfonds heeft jou gekozen als curator voor de zevende editie van het festival. Hoe ervaar je dat?

Tijdens de vorige edities was ik er te gast, als auteur of als interviewer. Een literair festival is altijd heel bijzonder. Zoals ik al zei: de literatuur is een extreem eenzaam vak. De schrijver schrijft in alle eenzaamheid, en als zijn werk af is, ligt het eenzaam in de boekhandel en wordt het gelezen (als het al gelezen wordt) in eenzaamheid door een lezer met wie je nooit contact zult hebben. Er zijn twee plekken waar die eenzaamheid radicaal wordt doorbroken: in het theater en op festivals. Daar ontmoeten schrijvers en lezers elkaar. Dat is heel belangrijk. Het is bovendien bijzonder leuk om mijn fascinatie voor Rusland, die al bijna 40 jaar duurt, te kunnen doorgeven aan andere mensen. Dat doe ik ook met mijn eigen boeken, met lezingen, met mijn monoloog,... Maar een festival is nog iets extra's, het is een feest, het is een gemeenschappelijke ervaring.

Als curator heb je het programma helemaal autonoom kunnen bepalen. Wat zijn de verschillende onderdelen en wat de absolute hoogtepunten?

Ik hoop dat alles even boeiend is, de enige beperking is het budget. Ik had graag Navalny uitgenodigd om over zijn politieke engagement te praten, en een van de Pussy Riot-meisjes, die onlangs een boek publiceerde over haar visie op subversiviteit. Maar dat kunnen we niet betalen. Dat Pussy Riot meisje gedraagt zich bovendien als een popster, met navenant ereloon. Maar de beperking kan ook een rijkdom zijn: je moet scherpere keuzes maken. Ik heb gekozen voor Kirill Medvedev (niet te verwarren met premier Medvedev). Hij is de Russische Bukowsky, maar zonder de booze. Hij is een groot denker en dichter. Hij maakt solo-performances en heeft zich kandidaat gesteld voor het presidentschap. Zijn gedichten zijn absurde schetsen, die heel erg over het hedendaagse Rusland gaan. In zijn essays (bijvoorbeeld in "Mijn fascisme", de titel alleen al!) analyseert hij de hedendaagse democratie en de situatie in Rusland. Ik kijk erg uit naar het onderdeel over Jan Fabre, omdat ik zo van hem en van zijn werk houd. Aleksander Skorobogatov komt, een Russische auteur die in Antwerpen woont en internationaal hoog scoort. Veel poëzie zit er ook in, ook uit Nederland. Mijn band met Nederland is intens. En uit Londen komt historica Catherine Merridale, een groot Ruslandkenner en inmiddels goede vriendin. Zij kan als geen ander vertellen over de Sovjettijd.

Wanneer zal het literaire festival voor jou geslaagd zijn?

Als de vonk overslaat. Als de bezoekers achteraf wat vaker een Russisch boek ter hand nemen. Als ze bij het volgende nieuwsbericht over Rusland de context wat beter begrijpen. Als ze zin krijgen om het land eens te bezoeken. Alle clichés opzijzetten en zelf gaan kijken. Een literair festival is geslaagd als het de literatuur dient.

man