Annemarie Haverkamp wint De Bronzen Uil, Hannelore Bedert de publieksprijs

Annemarie Haverkamp wint De Bronzen Uil, Hannelore Bedert de publieksprijs

De Bronzen Uil 2019, de literaire prijs van het Willemsfonds voor de beste Nederlandstalige debuutroman, gaat naar ‘De achtste dag’ van Annemarie Haverkamp. ‘De jury was onder de indruk van de uitgemeten zakelijkheid waarmee de auteur erin slaagt om wat onafwendbaar is, menselijk te maken’, zegt juryvoorzitter Jos Geysels. Haverkamp ontvangt samen met De Bronzen Uil een cheque van 7.000 euro, gefinancierd door Literatuur Vlaanderen. Hannelore Bedert wint de publieksprijs. Haverkamp en Bedert zullen samen met Lenny Peeters en Bert Moerman, die vorig jaar respectievelijk De Bronzen Uil en de publieksprijs wonnen, deel uitmaken van De Bronzen Uil tournee 2019-2020.

Achterflap ‘De achtste dag’

In een verlaten grenslandschap aan een rivier woont timmerman Egbert met zijn gehandicapte zoon Adam, voor wie hij alleen de zorg draagt nadat zijn vrouw Emma is overleden. Wanneer Egbert hoort dat hij nog maar kort te leven heeft, moet hij noodgedwongen nadenken over de toekomst van zijn zoon. Adam is volledig van hem afhankelijk, en Egbert heeft zijn vrouw beloofd hem nooit alleen te laten. Als hij tegen beter weten in de opdracht aanneemt om een houten trap te maken, geeft hij zichzelf zeven dagen de tijd om een beslissing te nemen over hun lot.

Wie is Annemarie Haverkamp?

Annemarie Haverkamp is 44 jaar. Geheel onverwacht kwam haar zoon Job in 2004 ernstig gehandicapt ter wereld. Eenmaal van de schrik bekomen, besloot Annemarie in De Gelderlander een column te schrijven over Job. Omdat ze de buitenwereld graag wil laten zien hoe het echt is, het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in vier boeken en verschijnen na vijftien jaar nog elke week in de krant.

De Bronzen Uil tournee

Met de financiële steun van Literatuur Vlaanderen organiseert het Willemsfonds een De Bronzen Uil tournee in Vlaanderen en Brussel. Een duo van Bronzen Uil winnaars en publieksprijswinnaars 2018-2019 zal telkens geïnterviewd worden in een boekhandel. Volgende datums zijn al bevestigd:

  • 24/10/2019 De Tijd hervonden                   Witte Nonnenstraat 8, 3500 Hasselt
  • 14/11/2019 Theoria                                    Casinoplein 10, 8500 Kortrijk
  • 19/03/2020 Standaard Boekhandel            Stationsstraat 15, 3090 Overijse
  • 22/03/2020 Standaard Boekhandel            Anspachlaan 28, 1000 Brussel

Hoe is je boek tot stand gekomen?

Een hele week lang zetten we de genomineerden van De Bronzen Uil in de kijker. Vandaag kom je te weten hoe de boeken van onze debutanten tot stand zijn gekomen. Supporter morgen voor je favoriete debutant. Kom naar Het Betere Boek.

Hannelore Bedert

Ik wilde al heel lang een verhaal schrijven over een moeder, maar merkte gaandeweg dat ik het vooral wilde hebben over wat het met een mens zou doen als die moederfiguur ontbreekt. Ik heb zelf een heel warme band met mijn moeder en sinds ik zelf mama ben, is mijn respect voor haar alleen maar groter geworden. Dus het intrigeerde mij om na te denken over wat het had betekend om op te groeien zonder zo’n persoon dichtbij. Het idee bleef heel lang sluimeren, maar ik dacht nooit dat ik ooit de tijd en energie zou vinden om een volledig boek te schrijven. Tot ik die tijd wél nam en voelde hoe gelukkig er van het schrijven werd.

Annemarie Haverkamp

Op een avond schreef ik een kort verhaal over een vader en een zoon. Het kwam uit het niets. Heel lang heb ik het laten liggen. Ik wilde na mijn non-fictiewerk graag overstappen op fictie en zocht naar een geschikt onderwerp voor een roman. Tot ik begreep dat mijn eigen korte verhaal de basis moest zijn. De achtste dag was geboren.

Mariken Heitman

Mijn boek komt voort uit een wat propperig kort verhaal. Hier zat een roman in, suggereerde mijn redacteur. Dit leek mij nauwelijks haalbaar, ik had nog nooit een roman geschreven, hoe deed je dat en hoe kon hij dat trouwens zo kalm voorstellen, maar het latente verlangen was aangewakkerd en is nooit meer geluwd. Ik raakte steeds meer in de ban van het verhaal in dit verhaal en na veel geploeter, wat heftige emoties en een wonderlijk groteske eerste versie, lukte het me uiteindelijk om het werkelijke verhaal boven water te krijgen!

Julien Ignacio

Kus is begonnen vanuit een gevoel van falen. Falen als vader is falen als mens, zegt de hoofdpersoon Percy Mansur tegen zijn zoontje Nanne. 

Ik ben een kind van gescheiden ouders. Ik had me heilig voorgenomen het anders te doen. Wel bij elkaar te blijven. Maar een paar jaar geleden vond ik mezelf terug als alleenstaande vader van twee piepjonge kinderen.

 

Tim Kamps

Door mezelf deadlines te stellen die niet bestonden. Zo van: als je dan en dan niet dat derde hoofdstuk af hebt, ben je een dikke vette loser.

Femke Vindevogel

Ik ben vertrokken uit één beeld, van daaruit heb ik de hele roman opgebouwd. Op die manier gaat schrijven traag, maar ik ben een associatieve denker, schema’s werken niet voor mij. Ik heb de roman niet één of twee keer herschreven, maar minstens tien keer. Op het einde werkte ik tot ’s nachts door, elke zin hardop lezend, tot bij de laatste drukproef correcties doorgeven tot in het oneindige, bijna ziekelijk perfectionistisch.

Wie is je favoriete auteur?

Een hele week lang zetten we de genomineerden van De Bronzen Uil in de kijker. Vandaag kom je te weten wie de favoriete auteurs zijn van deze debutanten. Stemmen voor De Bronzen Uil Publieksprijs kan nog tot en met vandaag.

Hannelore Bedert

Ik heb geen favoriet, vrees ik. Al hou ik van ‘lichtheid’ in woorden en zinnen. Het hoeft geen “moeilijkdoenerij” te worden voor mij, ik hou van auteurs die taal gebruiken waar meer mensen zich kunnen in herkennen dan enkel de ‘literaire elite’ of de extreem geletterde mens. Enige poëzie in zinnen vind ik een pluspunt, maar een teveel eraan vind ik dan weer een dooddoener. Schrijvers als Ronald Giphart, Kluun, Erik Jan Harmens, Hanna Bervoets, … behoren wel tot die aangename groep, vind ik.

Annemarie Haverkamp

Dat wisselt. Momenteel ben ik vol van de Noorse schrijver Tarjei Vesaas. Zijn boek De Vogels (1957) is onlangs in het Nederlands verschenen. De sfeer die Vesaas weet op te roepen in zijn roman, en de manier waarop de natuur een rol speelt in zijn vertelling, vind ik fenomenaal.

Mariken Heitman

Met enige tegenzin, want er zijn er zoveel, kies ik Hermann Hesse. Zijn boeken zijn voor mij tijdloos, iets waar ik erg van houd en waar ik in mijn schrijven ook naar streef. Meestal zit er licht in zijn werk, elegantie en een voelbare liefde voor de wereld om hem heen. Ik doe het eigenlijk te weinig, maar ik weet dat ik altijd naar zijn verhalen terug kan.

Julien Ignacio

Ik heb niet één favoriete schrijver. In mijn top 1000 aller tijden staan oa Het eigen lot van Kenzaburo Oë, Unaccustomed earth van Jhumpa Lahiri, Schrijven met je vuisten van Tjalie Robinson, De emigrés van W.G.Sebald, De eeuwige jachtvelden van Nanne Tepper, Geheimen van Nuruddin Farah, Menuet van Louis Paul Boon en Neuromancer van William Gibson.   

Als ik toch één auteur zou moeten uitkiezen, dan de Frans-Senegalese schrijfster Marie NDiaye (roman Drie sterke vrouwen, Prix Goncourt 2009). Schijnbare tegenstellingen als klassiek en (post-)modern, zintuiglijk en filosofisch, Europees en Afrikaans,stad en platteland, mannelijk en vrouwelijk, rauw en teder, magisch denken en sociaalrealisme komen in haar werk op een vloeiende, volstrekt oorspronkelijke manier samen.

 

Tim Kamps

Kim van Kooten. Zij heeft zo’n enorm grappige en natuurlijke manier van dingen opschrijven. Je ziet alles gelijk kraakhelder voor je.

Femke Vindevogel

Virginia Woolf had een subliem observatievermogen. Bovendien deed ze eigenwijs haar zin in een tijd waarin vrouwen werden geacht volgzaam te zijn. Ze legde alle conventies naast zich neer, maakte geen enkel compromis in haar schrijven. Dat vind ik bewonderenswaardig. Verder erken ik in Marieke Lucas Rijneveld een enorm talent.

Wat is je favoriete woord?

Een hele week lang zetten we de genomineerden van De Bronzen Uil in de kijker. Vandaag kom je te weten wat de favoriete woorden zijn van deze debutanten. Stemmen voor De Bronzen Uil Publieksprijs kan nog tot en met donderdag 10 oktober 2019.

Hannelore Bedert

“Schoon”. Ik gebruik het heel vaak, ook al is het dan vooral in grammaticaal verkeerde vorm. Geen “schoon” in de zin van “proper” dus. De correcte benaming van iets dat er goed uitziet of klinkt of voelt, is uiteraard eerder “mooi”, maar ik vind “schoon” zoveel euh… schoner klinker. Alsof je bij “dat is zo schoon” veel meer merkt hoe ver die schoonheid reikt. Als iemand over een ander zegt: “dat is zo’n schone mens”, dan weet ik meteen dat dat veel meer omvat dan oppervlakkige dingen als uiterlijk of kennis of kunde. Dan is dat simpelweg een schone, warme mens. Dat zorgde uiteraard voor menig discussie met mijn Nederlandse redacteur…

Annemarie Haverkamp

Mistroostig. Ik houd van woorden waar je verder niets aan toe hoeft te voegen. Als je schrijft dat iemand mistroostig uit het raam kijkt, heeft de lezer daar direct een beeld en gevoel bij.

Mariken Heitman

Op dit moment: ‘snorfiets’. In augustus woonde ik als schrijfresident tijdelijk in Amsterdam en daar struikel je over de bordjes die snorfietsen vertellen waar ze wel, of juist niet mogen snorren, heel complex. Toch werd ik bij ieder bord blij. Het is zo’n zacht woord, haast uit een andere tijd. Heel tegenstrijdig, want die snorfietsen zorgen dus eigenlijk voor veel overlast. Ik heb er trouwens niet een gezien in die maand.

Julien Ignacio

Vroeger zei ik ‘keistom’ of ‘beregaaf’ wanneer ik iets of iemand belachelijk vond. Nu zeggen mijn kinderen dat ze rapper Sjors ‘kaulo skeer’ vinden en Messi ‘lauw’. Als ze aan het fortnighten zijn,  kanaliseren ze hun overwinningsroes met de woorden: ‘We hebben vier kills, pappie. We gaan dik.’

Ik hou van taal als een levend organisme, als iets dat voortdurend groeit, verandert, evolueert. Taal als spons en prisma van de realiteit. Tegelijkertijd is taal ijl en vluchtig als een kathedraal van muzieknoten, een verzameling abstracte, naar zichzelf verwijzende klanksymbolen. Neem het woord ‘kus’: de vorm en volgorde van de letters, de uitspraak van de klinker en medeklinkers, ze zeggen niets over de fysieke, zinnelijke realiteit ervan. Verhalen duiken in deze kloof tussen taal en werkelijkheid. Slaan tijdelijke bruggen ertussen. De beste verhalen, de mooiste woorden, zijn sprongen in het diepe.

Tim Kamps

Goor. Omdat het als bijvoeglijk naamwoord bijna altijd grappig klinkt. Gore hel bijvoorbeeld.

Femke Vindevogel

Een favoriet woord kiezen is als een favoriete muzieknoot kiezen. Beiden krijgen pas echt betekenis als ze in verhouding staan tot anderen. Ik houd van de underdogs, de kleintjes, de woorden die de rest aaneenbreien. De. Het. Een. Zonder lidwoorden bestaat taal niet.

Hoe schrijf je?

Een hele week lang zetten we de genomineerden van De Bronzen Uil in de kijker. Vandaag doen we dat met de vraag: hoe schrijf je? Onze genomineerden schrijven elk op hun eigen manier. In deze blog ontdek je hoe. Stemmen voor De Bronzen Uil Publieksprijs kan nog tot en met donderdag 10 oktober 2019.

Hannelore Bedert

Twee jaar geleden plaatsten we een oude zeecontainer in de tuin, die we afgewerkt en ingericht hebben tot een soort van tuinkantoor. Mijn eerste schrijfdag in de container voelde als thuiskomen. Na al die jaren had ik eindelijk een plek waar ik me van alles en iedereen kon afsluiten. In amper twee maand schreef ik het manuscript van LAM. Sinds het overlijden van mijn man begin dit jaar ben ik echter niet meer in de container geweest, ik schrijf voorlopig aan een tafeltje in huis, uit schrik voor de confrontatie. Al weet ik dat ik daar opnieuw zal kunnen thuiskomen, maar nu nog even niet.

Annemarie Haverkamp

Bij voorkeur schrijf ik aan het water. In de uiterwaarden vlakbij Nijmegen staat een vrijstaand huisje met uitzicht op de Rijn waar ik gebruik van mag maken. Dan kijk ik naar de boten en de vogels. De stroming zet me aan het werk. Liefst schrijf ik zeer vroeg in de ochtend en zie ik de zon opkomen vanachter mijn laptop.

Mariken Heitman

Ik klap mijn laptop open en typ, in mijn woonkamer, aan mijn eettafel. De ochtend is belangrijk, die moet zo lang mogelijk duren want dan ben ik het meest productief. Soms drink ik koffie in een cafe en schrijf ik met pen en papier vrij lukraak over dat wat zich voordoet in mijn gedachten, daar komen nog weleens levensvatbare ideeën uit voort. Zo niet, dan was in ieder geval de koffie goed.

Julien Ignacio

Ik heb altijd een Moleskine boekje bij me, of de Notitie app op mijn mobiel, voor het verzamelen van spontane ingevingen.

Ik schrijf de eerste twee versies van een verhaal met de pen, daarna pas zet ik het in de computer. Mijn schrijfkamer op zolder ziet eruit als de werkplek van een mad professor: de muren hangen vol met knipsels, aantekeningen, etc.

Om mijn personages beter te leren kennen gebruik ik de questionnaire van een van mijn lievelingsschrijvers Marcel Proust, een vragenlijst met dertig levensvragen, zoals: Wat is voor jou volmaakt geluk? Hoe zou je willen sterven? Wat is je lievelingsfilm/boek/bloem/kleur?

Tim Kamps

Meestal in een cafeetje, ik werk het beste met veel rumoer om me heen.

Femke Vindevogel

Ik schrijf aan een sta-bureau of liggend in de zetel. Schrijfrituelen heb ik niet, ik zet gewoon mijn computer aan en ik begin. Ik ben sowieso al chaotisch, dus ook in het schrijven. Schrijven hangt bij mij samen met heel veel YouTubefilmpjes bekijken. Die afwisseling werkt voor mij het beste.

Waarom schrijf je?

Een hele week lang zetten we de genomineerden van De Bronzen Uil in de kijker. Vandaag doen we dat met de vraag: waarom schrijf je? Hannelore Bedert, Annemarie Haverkamp, Mariken Heitman, Julien Ignacio, Tim Kamps en Femke Vindevogel hebben er elk hun eigen reden voor. Stemmen voor De Bronzen Uil Publieksprijs kan nog tot en met donderdag 10 oktober 2019.

Hannelore Bedert

Hoe melig het ook mag klinken: ik schrijf omdat ik er simpelweg gelukkig van word. Het is een lange zoektocht geweest, met veel schrijven in mijn jeugd en daarna denken dat ik het geduld niet zou hebben voor het schrijven van een boek. Ik rolde in de muziekwereld en schreef voornamelijk songteksten, maar voelde dat er iets ontbrak. Toen ik eindelijk rust nam en aan mijn schrijftafel ging zitten, benoemde mijn (recent overleden) man, Stijn, het heel treffend: “Ik heb je nog nooit zo gelukkig gezien.” Dat zegt genoeg.

Foto: Selina De Maeyer

Annemarie Haverkamp

Schrijven is het liefste wat ik doe. Voor mij is het een manier om de wereld om me heen te ordenen. Ik betrap mezelf erop dat ik zelfs denk in geschreven taal, in nauwkeurig geformuleerde zinnen. Als ik gedachten kan vangen in een tekst, krijg ik er grip op.

Foto: Jan Willem Kaldenbach

Mariken Heitman

Omdat het lekker is. Omdat ik met taal mijzelf en mijn wereld transformeer. Omdat ik mijzelf deze vraag natuurlijk elke dag stel en niet voorzie dat ik ooit het sluitende antwoord vind en omdat die eindeloosheid ruimte geeft.

Foto: Jelmer de Haas

Julien Ignacio

Omdat ik moet: schrijven is voor mij een noodzaak waar ik mijn leven op heb afgestemd. Omdat taal voor mij de sleutel is naar een dieper begrip van de werkelijkheid. Omdat ik hou van de klank en kleur en melodie van de taal. Omdat verhalen een verbindende functie hebben: verhalen schrijven en lezen zijn oefeningen in empathie. Omdat poëzie en verhalen oeroude pogingen zijn van de spelende, denkende mens om antwoord te geven op de vraag: wie ben ik? waarom ben ik? hoe te leven?

Tim Kamps

Omdat ik dingen vanuit het niets maken leuk vind.

Femke Vindevogel

Uit noodzaak, het is ondenkbaar om het niet te doen. Als ik een paar dagen niet schrijf, word ik kregelig. ‘We zijn hier op aarde om rond te lummelen en laat niemand je iets anders wijsmaken,’ schreef Vonnegut, maar door te schrijven heb ik het gevoel dat mijn bestaan iets minder nutteloos is. Boeken kunnen je blik op de wereld veranderen, er kan begrip ontstaan. Het zijn stille wapens die ideaal zijn voor een introvert als mij.

Foto: Annaleen Louwes